Getuigenissen

 
 
Tomoko: Laat de kinderen kind zijn
Terugdenkend aan mijn jaar in Guatemala zie ik:
  • Lachende kinderen die vanaf de overkant van de straat ‘Seño Tomoko!’ roepen.
  • Trotse vrouwen die van acht tot acht werken om hun kinderen te kunnen verzorgen.
  • Kinderen die uitgelaten over een stukje gras rennen, omdat ze dat nog nooit hebben gedaan.
  • José Rodolfo die voor de twintigste keer dezelfde puzzel maakt en nog steeds uitzinnig trots is als alle stukjes wéér allemaal in elkaar passen.
  • Roni die gelukzalig kijkt bij het krijgen van een chocoladecakeje.
  • Sindy die elke dag oefent met lezen totdat ze op een dag moeiteloos een boekje voorleest.
  • Wilson die met een uitdagende blik een schrift vol vermenigvuldigingen overhandigt om na te kijken: allemaal goed!
  • Rosa die meer dan de helft van haar lunch bewaart voor haar broertjes en zusjes, zodat zij ook wat hebben.
  • Miguel die altijd zo actief is, maar nu volkomen geconcentreerd bezig is met zijn legoblokjeskasteel.
  • Gilda die op me klimt om nooit meer los te laten.
  • Yesun die triomfantelijk het hele alfabet laat horen.
 
Dit lijken misschien alledaagse gebeurtenissen. Maar ik weet helaas ook dat achter al deze gelukkige kinderen schrijnende verhalen zitten. Als vrijwilliger kun je ervoor zorgen dat deze kinderen éven alle zorgen en de wereld om hun heen vergeten, éven echt kind zijn, éven uitbundig lachen zonder afkeurende blikken. En dan weet je: hier doe je het voor.
Deze kinderen zijn gelukkig met het minste dat je hen kunt geven. Een cakeje, een uitje naar een stukje gras en bomen, een sticker… Maar het liefst krijgen zij natuurlijk: een knuffel, een beetje aandacht, een luisterend oor. Iets wat de kinderen hard nodig hebben. En dat maakt het werk als vrijwilliger ook zo dankbaar.
Ik wilde een half jaar blijven, maar bleef uiteindelijk een jaar. En ik kan niet wachten om weer terug te gaan. Dat zegt denk ik wel genoeg over hoe ik dit jaar heb ervaren. Het was een prachtige ervaring, die ik nooit had willen en kunnen missen.
 
Een passage uit mijn weblog tomoko.waarbenjij.nu, over mijn laatste dag in Guatemala:
“Gelukkig heb ik wel Cholopo ingeschreven in de school. Dit is een goedlachs, zeer speels en actief mannetje van negen jaar. Net een klein aapje, met zijn kleine broertjes en zusje springen ze altijd meteen op me, en laten niet meer los. Met hun luizenhoofden, stinkende en vieze kleren, hun (als ze die al hebben) drie maten te grote of te kleine schoenen, en een moeder die haar kinderen niet kan opvoeden. De vader is natuurlijk dronken en werkloos. Maandag, de eerste schooldag, had ik net wat eieren gekocht toen ik een groepje mensen naar de school zag lopen. En wie liep daar tussen? Bijna onherkenbaar, met zijn veel te grote en vuile uniform, zijn rode gympen en voor de gelegenheid speciaal gekamde haar vol gel? Toen ik Cholopo zo trots naar de school zag lopen, wist ik waarvoor ik naar Guatemala gekomen was. De tranen schoten in mijn ogen. Het was mijn laatste dag in dit land, en ik realiseerde me: hiervoor doe je dit werk. Het is misschien maar een heel, heel klein beetje dat je kan bijdragen aan het geluk van de mensen in deze ellendige wijk, maar wat geeft het een voldoening als je zo’n kind zo gelukkig ziet, dat het naar school kan.”
 
Bieke: Mjin ervaringen in La Esperanza
Verenigd voor een beter leven, zo heet het project waar ik naar toe zou gaan. Info had ik gevonden via internet. Ik wist door e-mail-contact met oud-vrijwilligers al wat meer over de organisatie, maar ergens weet je toch niet echt goed van te voren wat je moet verwachten. Mijn werk hield in bijlesgeven aan kinderen in een sloppenwijk in Guatemala City.
Al lang liep ik met het idee in mijn hoofd dat ik vrijwilligerswerk wilde doen: iets doen voor de andere, mijn eigen kennis verbreden, een andere kijk op de wereld zien. Vooral na het door mij tot nu toe toch wel in luxe geleide leventje.
De eerste indruk is toch wel schokkend als je de wijk binnenrijdt. Kleine golfplaten huisjes, vieze winkeltjes, dronken mannen op straat, kinderen die blootsvoets of met iets wat schoenen zouden moeten zijn rondlopen. Dit was een wereld die ik absoluut niet kende.
Maar dan kom je terecht in het project UPAVIM – verenigd voor een beter leven, en je beseft dat er toch hoop is voor deze buurt. Ik kwam er in contact met vrouwen die echt willen dat de buurt een betere plaats wordt voor zichzelf en voor hun kinderen. Ik werd met open armen door hen ontvangen. Hoe vaak zeiden de vrouwen niet: ‘Que dios le bendiga’, God zij met u.
Ik leerde de kinderen van de buurt kennen, kinderen die zin hebben om te spelen en te leren. Al gauw realiseerde ik me dat hun thuissituatie hard is, velen moeten werken om hun ouders te helpen, anderen hebben een vader die alcoholproblemen heeft... .
Toen besefte ik het belang van Upavim, het project dat de kinderen van La Esperanza de kans geeft om te leren, een kans op een betere toekomst. Want ik geloof nog steeds dat een goede educatie tot een betere toekomst leidt.
Het was een enorm verrijkende ervaring om les te geven. Kinderen die in het begin niets konden en daar zelf ook van overtuigd waren, laten beseffen dat zij het wel waard zijn en hun toch wat leren lezen en schrijven.
Ik was van plan vijf maanden in Upavim te helpen en daarna een maand te reizen. Uiteindelijk ben ik er tien maanden gebleven, en wil dit project nu zeker blijven steunen. Door de oprichting van de VZW in Belgie is dit nu mogelijk.
Ik ben ook van plan er regelmatig naartoe te reizen (elke 2 jaar) om de evolutie van het project te zien, het is een goed project en kan met steun zeker veranderen. En hopelijk kan dit project na een aantal jaren dan verder zonder buitenlandse steun.
 
Nele: het leven in een sloppenwijk in Guatemala City
 
vrijwilliger aan het werk
Ik ben Nele Jacobs en ben ongeveer een jaartje in Guatemala geweest. Ik was nog nooit buiten Europa geweest en ik vond het dus enorm spannend om ineens naar de andere kant van de wereld te reizen. Letterlijk en figuurlijk dan... van het rijke noorden naar het arme zuiden. 
Toen ik aankwam op “het dak” voelde ik me er meteen thuis. Er is een keuken, badkamer met wc en douche, buiten staan de pilas (om af te wassen en kleren te wassen) en er zijn enkele kamertjes met 2 bedden maar het allermooiste vond ik het terras met de tuin. Een heerlijke plaats om te zitten, om lessen voor te bereiden, te babbelen enz... Het dak is een oase van rust in de luidruchtige sloppenwijk.  
 
En toen gingen we boodschappen doen op straat. De kinderen riepen ons al van ver toe en ze kwamen allemaal knuffelen. De eerste weken vond ik dat best wel vreemd maar na een tijdje kende ik de kinderen en ik vond het superleuk om even een babbeltje met hen te slaan.
 
Het werk in Reforz deed ik enorm graag. Ik heb geen onderwijsdiploma of iets dergelijks maar als je een beetje met kinderen kan omgaan en geïnteresseerd bent in hun verhaal dan lukt het vanzelf. In de ochtend kwamen er twee groepen kleutertjes en twee groepjes van kinderen die niet naar school gingen. In de namiddag kwamen de kinderen die ’s ochtends naar school gingen. Ik gaf les aan het 2e, 3e en 4e leerjaar en de andere vrijwilligers namen het 1e, 5e, 6e leerjaar en de kleutertjes voor hun rekening. 
 
Welke leerstof ik gaf hing af van wat de kinderen in de school leerden. Taal (Spaans), rekenen, natuur, aardrijkskunde, knutselen... zowat alles wat wij zelf ook in de lagere school hebben geleerd. Ze hadden soms vragen en met een beetje extra uitleg zag je dat ze het begrepen hadden. We maakten samen extra oefeningen zodat ze in de school makkelijker zouden kunnen volgen. En daarbuiten probeerde ik ze af en toe wat bij te brengen over het milieu, sociale vaardigheden, de rechten van het kind enz... , dingen die ze op school duidelijk niet leren want al het afval wordt gewoon op straat gegooid, kinderen en dieren worden vaak mishandeld, en ik vond het heel belangrijk dat de kinderen beseften dat ze bepaalde rechten hadden en dat ze ook inzagen dat ze een aantal van die rechten niet krijgen.
Aan hun om er (later) over na te denken bij verkiezingen of wanneer ze zelf kinderen hebben.
 
Vrijdags waren er geen lessen, dan gingen we knutselen of spelen. Thuis hebben de kinderen geen knutselmateriaal en dus vonden ze het geweldig om zelf iets te kunnen maken en mee naar huis te nemen. En af en toe deden we uitstapjes naar de dierentuin of een speeltuin. Dat is een hele reis voor hen want de meeste kinderen zijn nog nooit uit de wijk geweest. Maanden later praatten ze nog steeds over de olifant en de leeuw die ze eindelijk eens in het echt hadden gezien.
 
Ik heb de kinderen veel schoolse kennis bijgebracht want daar was ik voor gekomen... Maar ik heb zelf ook enorm veel bijgeleerd van de mensen daar. De gastvrijheid en de warmte waarmee je telkens weer ontvangen wordt bij de mensen, de onuitputbare kracht van de moeders om te strijden voor een betere toekomst voor hun kinderen, de enorme solidariteit en hulpvaardigheid als er iemand problemen heeft. Ze hebben zelf niks maar toch helpen ze anderen!!  Soms kregen de kinderen een snoepje of een tostada van ons en dan hielden ze altijd nog een stukje over voor hun broertjes en zusjes. En dit terwijl ze zelf ook honger hebben. Maar het mooiste vond ik dat ze altijd bleven lachen. Die enorm schattige gezichtjes met die pikzwarte haren en stralende zwarte ogen. Dat gaf mij de kracht om door te gaan!
 
 
Bram: De Angst
   
 
Inleiding
Zeven maanden en twee weken verbleef ik in UPAVIM, een Guatemalteekse NGO aan de rand van Guatemala City. Het is een vrouwenorganisatie die vecht voor een leefbare buurt en een betere levenskwaliteit van zijn inwoners, vandaar de naam Unidas Para Vivir Mejor (verenigd voor een beter leven). Voor verdere details verwijs ik graag naar onze website en de reacties van de andere vrijwilligers. Er is al veel geschreven over de organisatie UPAVIM en ik zal me daarom vooral concentreren op hoe ik persoonlijk mijn verblijf in ‘het land van de eeuwige strijd’ heb ervaren. Om deze ervaring te beschrijven, is het onvermijdelijk om eerst een woordje uitleg te geven over de geschiedenis van dit Mayaland.
Geschiedenis
Guatemala is een land waar schrik heerst. Het is een land waar in het begin van de jaren zeventig een bloedige burgeroorlog ontstond, een oorlog waarvan vooral de lokale Inheemse bevolking het slachtoffer werd. De democratie werd ‘officieel’ hersteld in 1986, de vredesovereenkomst ‘officieel’ getekend in 1996. Bijna dertig jaar van geweld, mysterieuze ontvoeringen en etnische zuiveringen wogen zwaar op de bevolking door. Schrik maakte onvermijdelijk deel uit van het dagelijkse leven.
Is de angst nu verdwenen? Nee. Na de burgeroorlog richtten werkloze soldaten, doodseskaders en uit de VS uitgewezen criminelen, bendes op (in Guatemala ‘maras’ genoemd). De bendes zwaaien officieus de plak in heel wat regio’s en wijken van Guatemala. Guatemala is een land met een bijzonder onstabiele democratie. In een (vaak corrupte) democratie zonder slagkracht en zonder goed georganiseerde politiestructuur is het goed gedijen voor maffiaorganisaties. Winkeliers en buschauffeurs worden verplicht om een deel van hun winst af te staan. Kinderen worden van kleins af aan ‘verleid’ om lid van een bende te worden. Er vallen regelmatig doden en ‘s nachts is het verschil tussen vuurwerk en geweerschoten nauwelijks te onderscheiden. De angst overheerst andermaal.

Sociale weefsels
De angst zorgt ervoor dat mensen niet nodeloos naar buiten komen. Het is heel gevaarlijk in het donker en bang zijn maakt mensen achterdochtig. Een sociaal leven is voor vele mensen een onbestaand iets. Ook het begrip gezin is voor velen onbekend. Vele mannen zijn lid van de maras of gevlucht naar de Verenigde Staten om werk te zoeken. Neem daarbij de talloze alcoholproblemen van de vaders en je komt al snel tot de conclusie dat het ‘ideale’ gezinnetje tot een utopie verworden is. Sociale weefsels zijn beschadigd in een land dat nog steeds zijn bittere wonden likt.
Eerlijk gezegd wist ik helemaal niets af van de hobbelige geschiedenis en de sociale toestand van Guatemala toen ik op 28 september 2006 arriveerde. Het was nacht en ik werd in de luchthaven opgewacht door de andere vrijwilligers. We reden ’s nachts met de auto naar de wijk ‘La Esperanza’ waar ik een half jaar zou gaan verblijven. Niets vermoedend en moe van de vlucht had ik geen idee wat me te wachten stond. Om één uur ’s ochtends reden we dwars door onze wijk die later in mijn geheugen zou gegrift staan als ‘aartsgevaarlijk in het donker’ en ‘plaats waar talloze afrekeningen tussen bendeleden plaatsvinden’.
Het is niet zó een moeilijke oefening om de angst bij deze mensen te voelen. Maar je kunt enkel raden naar de omvang van hun schrik. Ook wij, Westerse vrijwilligers, voelden soms de angst om op straat te komen indien het niet nodig was. Het verschil is dat er voor ons altijd een weg terug is… Daarbovenop leefden we samen met al de vrijwilligers in een beschermde omgeving, namelijk ‘El techo’. We leefden op het dak van het grote gebouw van UPAVIM, een gebouw, met alarm, dat midden in de krottenwijken staat. Sommige dagen voelde het dak voor mij aan als een plaatsje op de eerste rij van een tribune die uitkijkt op een dramatisch schouwspel. Soms was het alsof je er geen deel van uitmaakte. Dit was uiteraard niet altijd het geval. Hoe langer je in ‘La Esperanza’ leefde, hoe meer je deel van het schouwspel werd. Hoe langer je er woonde, hoe dichter de vreselijke realiteit kwam, hoe groter misschien ook wel de angst… Hoe groot moet de angst bij de plaatselijke bevolking wel niet zijn…
Moed
Wat me vooral aangreep is de moed die deze mensen toonden in het gevecht tegen de angst. Hier ligt volgens mijn bescheiden mening een mogelijke sleutel van talloze problemen in de wijk. In de periode dat ik daar leefde werden er door creatieve en initiatief nemende Guatemalteken pogingen gedaan om organisaties op te richten die de eenheid in de wijk probeerden te herstellen. Zij organiseerden activiteiten zoals filmvoorstellingen, uitstapjes, missverkiezingen, theater en fuiven, ook ’s nachts… Enkele malen had ik het geluk om zo een wijkfeestje mee te maken. Heel de buurt kwam met zulke activiteiten op straat, er werd gedronken, gepraat en gelachen. Men danste de ochtend in alsof de angst nooit had bestaan. Onvergetelijke momenten.
Caja Ludica is een theatergroep van Guatemalteekse vrienden die de bevolking tracht te entertainen maar tegelijk ook tracht te sensibiliseren. Ook zij droegen bij tot de eenheid tussen de mensen in de wijk. Net zoals UPAVIM. Buiten de broodnodige functies als onderwijs, medische voorzieningen en werkgelegenheid voor vrouwen heeft UPAVIM ook een heel belangrijke taak bij het hechter maken van de sociale weefsels. Er worden activiteiten voor kinderen en jongeren buiten de lesuren georganiseerd en voor volwassen is het mogelijk om ’s avonds Engelse les te volgen.
Eeuwige strijd
Natuurlijk zullen de problemen in Guatemala niet opgelost worden zonder de politieke wil van de overheid en de internationale gemeenschap. Het versterken van het sociale weefsel maakt de mensen sterker en strijdvaardiger maar dit zal het geweld niet zomaar in het niets laten verdwijnen. Maar net zoals in de negentiende eeuw in België is er eerst eenheid tussen de mensen nodig vooraleer een erbarmelijke sociale toestand en politieke onwil kunnen bevochten worden. En daarmee bedoel ik geen gewapend verzet zoals in die waanzinnige burgeroorlog. ‘El pueblo unido, jamas sera vencido’, wat betekent ‘een verenigd volk zal nooit overwonnen worden’, was de slagzin van de toenmalige rebellen. Hopelijk is de tijd rijp voor een krachtigere en meer pacifistische interpretatie.
Herinneringen
Ik ben blij deel uit te maken van deze NGO, waar stuk voor stuk moedige mensen werken, elk met hun eigen historie, elk met hun eigen strijd tegen de angst. En dat is ook wat ik mij twee jaar later vooral herinner van Guatemala. Ik lees nog vaak de Guatemalteekse krant en ben niet blind voor de ellende maar als ik denk aan Guatemala denk ik aan moedige, gepassioneerde, open, gastvrije en vriendelijke mensen. Dan denk ik terug aan de zwoele zomeravonden die ik met vrijwilligers en Guatemalteekse vrienden doorbracht. Dan denk ik aan het heerlijke eten en de veel te lekkere rum. Ik denk aan de warmte en de schoonheid van het land. En ik herinner mij vooral UPAVIM, waar ik steeds welkom zal zijn.
Ik heb vooral héél veel bijgeleerd als mens. Ik heb leren leven op het Guatemalteekse ritme en leren beseffen dat er morgen ook nog een dag is. Ik heb geleerd meer warmte te geven aan mensen, een warmte die je elke dag ontvangt van dit gastvrije volk. Ik heb van mezelf ontdekt dat ik veel moed en kracht put uit het werken met kinderen en jongeren, dat ik nog meer talen wil leren en dat ik gepassioneerd ben door reizen. Ik heb me leren aanpassen aan een andere cultuur, en beseft dat er meer dan één visie op de maatschappij en het leven is. Ik heb leren relativeren en afstand nemen van mijn enge wereldje. Ik heb leren omgaan met mijn eigen angsten. Waarvoor héél veel dank. Muchissimas gracias a toda la gente de UPAVIM.